Angst zonder reden

De angst is er altijd en lijkt er altijd al geweest te zijn. Zo lang als ik me kan herinneren ben ik op de een of andere manier anders geweest. Het gevoel niet anders te zijn maakt je denk ik daadwerkelijk die vreemde eend. Echter waar dit gevoel bij de meeste juist af neemt naar mate men ouder wordt, werd het bij mij steeds sterker, groter, tot het me consumeerde. Ik was een slaaf van mijn eigen zelfbeeld. Het zelfvertrouwen laag, haat voor personen die overal altijd makkelijk in lijken te mengen. Je kleur maakt niet uit, zelfs het felste geel wordt in de massa uiteindelijk grijs. Wat heb ik intens verlangd om dat te zijn: een grijze muis.

Met klotsende oksels sla ik af het herentoilet in. Geen schreeuw van de natuur, maar ik moet weg van die ogen die allemaal op mij gericht zijn, altijd. Zodra ik de deur openduw zie ik dat ik een grote fout heb gemaakt. De sloten van de drie hokjes laten me, als een groot ‘STOP-bord’, met een rode kleur weten dat er zich hier geen ontsnappingsmogelijkheden voordoen. Er zijn drie pisbakken waarvan de uiterste twee in gebruik zijn. Schaakmat. Iedereen weet dat de sociale code bepaalt dat er altijd minstens één pisbak tussen moet zitten. Hoewel ik niet moet plassen was dit een goede verstopplek geweest, in het zicht maar toch onzichtbaar. Om mezelf een houding te geven loop ik naar de kraan om mijn handen te wassen. Tevergeefs want mijn handen zijn al klam voor ik klaar ben ze af te drogen onder de droogblazer. Wie heeft dit ellendige ding bedacht? Als je daadwerkelijk droge handen wil hebben, sta je hier nog uren met je handen te wapperen. Ik hoor een broekrits gevolgd door het geluid van een waterval die tot stilstand komt tegen een muur van porcelein. Een tik van een slot en een klik van een deurklink. Twee ogen stappen naar buiten, ik draai me weg van de wasbak en de spiegel en glip langs de ogen het toilethokje in. Diep ademhalen, door je mond.. Ik probeer snel een stuk van de WC-rol af te trekken die onder de houder uitsteekt waarna er slechts een half stukje enkellaags ellende in mijn hand zit. Shit! Gehurkt rol ik zo snel ik kan een handvol papier af en wrijf het over mijn bezwete bovenlichaam en voorhoofd. Met de volgende lading doe ik een poging mijn oksels droog te deppen. Alhoewel het december is en de winter streng, heb ik het bloedheet. Waarom moest dat kutwijf MIJ uitkiezen? Waarom moet juist IK onze uitkomst met de rest van de klas delen? Had ik dit geweten dan was ik ook vandaag in mijn cocon blijven zitten, achter de gordijnen met enkel het licht van de monitor op mijn bleke gezicht. Wat kan het mij schelen wat iedereen denkt? Niks verbindt mij met deze mensen, deze liefheersbeestjes. Insecten die op het oog mooi en aardig lijken, maar zodra het kan een kannibalistische hap nemen om vooruit te komen. F♥ck hun, f♥ck hun meningen en f♥ck hun ogen.

Met deze gedachte verlaat ik mijn veilige haven van 1,5 bij 1,5m. Een reflectie staart me met grote, angstige  pupillen aan. Een glimmend, rood voorhoofd en warrige haren trappen de moed terug in mijn schoenen en ik voel de  ogen door de muur heen priemen. Terug naar het volle lokaal dat op mij wacht. Ik probeerde te ontsnappen door naar het toilet te vluchten, tot dat kutwijf me nariep dat ze zouden wachten tot ik terug was. Reuze bedankt. Met een rode kop stap ik het rumoerige lokaal weer in, rumoer waarin ik me thuis voel omdat ik grijs word, onzichtbaar. Tot iemand moet benoemen dat ik waarschijnlijk flink heb zitten schijten. Alle ogen zijn terug en ik voel me als gloeiend hete, rode lava tussen het grijze asfalt.

Geef een reactie