Afknapper

Ze besluit je een schop na te geven. Je verliest je baan omdat je leven helemaal verweven was met dat van je ‘wederhelft’ en je bent kapot. Waar je eerst vrede had met de situatie, is dit een klap die extra hard aankomt. Je valt in een gat, ze is een Succubus die je leeg heeft gezogen en verdergaat. Misschien niet moedwillig, maar wel zonder spijt en zonder gevoel. Je pijn deert haar niks, een schop na kost haar net zoveel moeite als het bestellen van een Caramel Frappuccino Light.

Je zoekt afleiding. Je gaat een taal leren, je gaat verbouwen, je gaat tekenen of je creatieve kanten exploreren. Het helpt, je voelt je beter. De zon schijnt door de bomen en kleurt de wereld in wonderschone tinten. Je zweeft in de wolken en kijkt door een regenboog neer op de gekleurde aarde. Alles is liefde.

Maar dan komt het moment dat je uit die roes van afleiding ontwaakt en net zo hard weer in de harde werkelijkheid landt. Het leven is grauw, de lucht is nog steeds grijs, het is koud buiten en als je de deur uitloopt regent het. Als je in bed ligt kun je al niet slapen, en om het nog erger te maken besluit de regen dat dit het perfecte moment is om op je slaapkamerraam te bonzen.

Je gaat nadenken. “Wat mis ik? Wat was er zo geweldig? Was die persoon eigenlijk wel zo bijzonder?” En als snel kom je tot de conclusie dat je niet zo zeer die persoon mist. Je mist dat alles in één klap veranderd is. Waar je eerst opstond en naar je werk ging, waar je uitkeek naar samen simpele dingen doen, waar je uitkeek naar het weekend, daar kijk je nu uit naar niks, daar is nu een leegte geslagen. Je mist het gemak, dat je met iemand kan zijn en dat alles vanzelf gaat. Je mist dat je lol kon hebben met haar of haar vrienden en dat je iemand om je heen had waar je mee kon praten. Je mist de seks, het knuffelen, het zoenen, de warmte en het samen kankeren op alles. Je was verliefd en elke gedachte aan de mooie momenten die je met haar gedeeld hebt deden oprecht pijn. Je zag iemand elke dag en idealiseerde wat je had. De goede momenten waren er genoeg, maar zij is altijd giftig geweest. Ze is anders, een gebrek aan levenservaring en een overschot aan onzekerheid. Ze heeft constant duimpjes nodig, van jou, van haar ouders, van familie en zelfs van onbekenden. Ze is veranderd van het ideaalbeeld in een standbeeld dat door duiven maar al te graag wordt onder gescheten. Als je haar nu ziet is die schoonheid die ze had verdwenen, zowel mentaal als fysiek. “Hoe kon je ooit verliefd zijn geweest op haar?”

Mensen veranderen, maar blijkbaar groeien ze niet altijd. De persoon die je bent geworden is niet de persoon die ik ooit leerde kennen. Wat een afknapper.

Geef een reactie