De Diepte

Met het slaapzand van Klaas Vaak, aangekoekt in de ooghoeken. werd hij veel te vroeg wakker. De chronische vermoeidheid waar hij de laatste maand aan leek te lijden, was gisteren met hem mee naar bed gegaan en stond nu samen met hem weer op. Een vermoeidheid die niet weg te slapen viel. Uitgeput ging hij slapen en even uitgeput stond hij weer op, dag na dag.

Hij stapte gebroken op van de bank in dezelfde kleren die hij al een week aan had en rekte zich luid kreunend uit. Op de televisie probeert een heroïnehoer met de naam Sonja, met een doorgerookte-zware-shag-stem, de eenzame ongelukkige kijkers van middelbare leeftijd te overtuigen van het feit dat ze met geesten van overledenen kan communiceren. De geluiden en lichtflitsen dringen niet tot hem door, maar dienen slechts als afleiding tegen de stemmen in zijn hoofd. Stemmen die hij leek te hebben verjaagd, maar nu luider dan ooit blijven herhalen dat hij een mislukkeling is. Waar hij vroeger in discussie ging heeft hij er nu vrede mee. Hoe kan het ook anders, hij heeft gefaald in het leven. Het is geen discussie waardig, want elk woord is waar.

Hij loopt naar de keuken op zoek naar het enige dat hem genoeg weet te verdoven om de stemmen de mond te doen snoeren. Na over een omgevallen, of omgegooide(?) prullenbak te zijn geklommen trekt hij de koelkast open. De geur van bedorven groente die uit de koelkast ontsnapt kan een olifant vellen, maar hij ruikt niks, voelt niks. Een laatste halve liter blik 8.6 kijkt hem begeerlijk aan. Perfect om zijn droge mond te spoelen. Zijn vingers trillen, maar zonder erbij na te denken trekt de wijsvinger van zijn rechterhand het blik open. Voor hij het weet is het blik leeg en vliegt het door de lucht in een willekeurige richting.

Wanneer hij zich omdraait schijnt een straal zonlicht door de spleet tussen de gordijnen recht in zijn ogen. Hij heft zijn arm in een poging de zon te verjagen. De zon wijkt geen millimeter. Uit woede rent hij richting de gordijnen en trekt deze met gordijnrails en al uit het plafond. Hij loopt op de roestvrijstalen prullenbak af, tilt hem boven zijn hoofd en gooit hem met alle kracht die hij nog in zich heeft door het raam naar buiten. Het duurt zeker 5 seconden voor het geluid van de verwoesting beneden, zich een weg terug heeft gebaand naar de twintigste verdieping, waar de scherven op de vensterbank schuldig in het zonlicht glinsteren. Hij loopt naar het kozijn waar tot tien seconden geleden nog een raam had gezeten en kijkt de diepte in. De parkeerplaats is bezaaid met lege blikjes bier en verscheurde foto’s. In vijf seconden is alles over denkt hij, terwijl hij Sonja in de verte hoort schreeuwen.

Geef een reactie