Mijn dochter ‘Fonkel’

‘Het Kantoor’ is een smeltkroes van meningen, irritaties en verhalen die beginnen tijdens waterkoelergesprekken. Van louter meningen ventileren is in mijn geval geen sprake, mijn meningen leiden meer dan eens tot hyperventilatie. Soms moet je je mening gewoon voor je houden. Iets waar ik, door mijn lactose intolerantie(?), geen kaas van gegeten heb. Het onderwerp? Kinderen.

Als je bij Google images naar 'schattige baby's' zoekt krijgt je dit. Wat is hier schattig aan?
Als je bij Google images naar ‘schattige baby’s’ zoekt krijgt je dit. Wat is hier schattig aan?

Het begon met de opmerking: ”Op mijn 30e nog studeren, ik moet er niet aan denken”. En eindigde een zin later met: “Een kind op mijn 25e, ik moet er niet aan denken”. Het gezicht van mijn gesprekspartner vertrok 36 keer in een seconde, op zoek naar een slimme opmerking die helaas nooit kwam. Kinderloze mensen, en dan vooral meisjes of vrouwen, hebben vaak al kindernamen in hun hoofd zitten. “Als ik een dochter krijg noem ik haar ‘Fonkel’, als ik een jongetje krijg noem ik hem ‘Nattekrant’.” Ik heb ook al namen bedacht, ‘Nooit’ en ‘te nimmer’. Dat zijn de namen van het dochtertje en het zoontje dat ik nooit en te nimmer hoop te krijgen. Ik zou ook geen goede vader zijn. Alles wat een kind een kind maakt irriteert me. Alles wat kinderen produceren vind ik goor. De oren van je kop zeuren omdat ze snoep willen, krijsend op de grond van de supermarkt met snot uit hun neus.

Vandaag zat ik nog opgesloten in een enkele ruimte met een krijskind. Het krijskind bezorgde me binnen twee minuten hoofdpijn, een stekende hoofdpijn achter mijn oren, een nieuwe sensatie waar ik best zonder had gekund. Uiteraard zijn niet alle kinderen zo, en als je ze goed opvoedt dan kun je dit vast voorkomen, maar je zult maar een zwaar autistische versie krijgen. Een zwangerschap blijft een roulette, je kunt wel een ‘goede’ tafel uitkiezen, maar dat balletje kan zomaar op ‘0’ vallen. Weg inzet, weg goede bedoelingen. Aristotles opperde ooit dat een kind een tabula rasa was, een onbeschreven blad. Een blad dat je kunt vouwen, vormen en in kunt kleuren. Tenzij de meeste mensen uitschieten met hun opvoedkundige stiften blijkt hier weinig van waar te zijn. Meermaals hebben ouders met de beste bedoelingen en alle liefde die ze in zich hadden een psychopaatje grootgebracht. Een vouw in het blad dat er bij de geboorte in zat, en waarschijnlijk al in de baarmoeder.

Ik heb ooit gelezen dat babydiertjes schattig zijn, of als vertederend worden gezien omdat ze uiterlijke eigenschappen van mensenbaby’s hebben (lees: totaal uit proporties zijn). Een groot hoofd, grote ogen en een klein neusje. Als ik een baby zie dan zie ik alleen maar een lelijke opgefrommeld A4’tje dat nog jaren tussen de pagina’s van een zwaar boek moet liggen om geen braakneigingen op te wekken.

Geef een reactie