Ollepoes

Ik had ooit een kat, of ja, een poes. Haar naam was Ollepoes. Eigenlijk heette ze volgens mij ‘Sokje’ of zoiets sufs. Maar mijn moeder had, en heeft nog steeds, de eigenschap om alle dieren vooral NIET bij hun roepnaam te noemen. Ollepoes was een lieve knuffelpoes, maar ook een echte straatrover. Ik weet niet hhoe we aan Ollepoes kwamen, maar dat is ook niet echt belangrijk.

Ollepoes, zoals het een echte straatkat betaamd, was vaak meerdere nachten weg. Ze was wel vaker meerdere nachten weg, maar dit keer belde het asiel niet op om te vragen of we haar even konden komen oppikken. Dus wij op zoek naar Ollepoes. Uiteindelijk kwamen we terecht bij een “crazy cat lady”. Als ik ouder was zou ik me de geur van zure kattenpis vast nog kunnen herinneren, maar ik herinner me slechts een beeld. Het beeld van Ollepoes dat de trap af kwam sjezen als een hitsige puber op de brievenbus wanneer de Wehkamp catalogus begin jaren ’90 door de postgleuf geduwd werd.

Ollepoes was duidelijk van ons. Het vrouwtje gaf zich gewonnen en gaf Ollepoes mee aan haar rechtmatige verzorgers. Maar niet voordat ze vroeg of ze af en toe mocht langskomen om te kijken hoe het met de zwangere dame stond. Mijn moeder stemde in. Een keuze waar ze al snel spijt van kreeg, want de cat lady was niet voor niets crazy. Ze kwam meerdere malen per week langs met haar man om het wonder dat poezenzwangerschap heet te aanschouwen.

Uiteindelijk werden er drie kittens met tijgerprint geboren. Ik weet alleen nog dat er eentje Gijsje heette en dat Gijsje de leukste was. Gijsje was de eerste die een nieuw huis vond en snel vonden ook kat nummer 2 en poes 1 een definitief onderkomen.

Dit verhaal lijkt nergens heen te gaan, en dat klopt. Ik zat destijds op de basisschool dus het dier zou nu al dik in de twintig zijn. Waren het niet dat ze noodlottig aan haar einde kwam. Het was een zonnige dag. Ik had net mijn lunch achter de kiezen en ging de deur uit om de 200 meter richting school af te leggen. Ollepoes zat onder de witte tweedehands Honda Civic, bouwjaar 1985, die mijn moeder voor moederdag had gekregen. Moeders lunchte ook thuis en moest weer naar haar werk. Maar niet voordat ik haar erop attent maakte dat Ollepoes onder de auto zat. Mijn moeder hoorde me niet, dus ik herhaalde: “Ollepoes zit onder de auto”.

’s Avonds kwam ik thuis. Ook de tweede maal had ze me niet verstaan. Ollepoes was niet meer, en mijn moeder, mijn moeder was vanaf dat moment in mijn ogen een moordenaar.

Geef een reactie