Vreemdeling

Ik stond vanmorgen om 7.04 in Den Bosch op het station te wachten op de trein richting Eindhoven toen er ineens een vreemd gekleed figuur naast me kwam staan. Hij had een paarse muts op met een groene veer. Ondanks dat het koud was droeg hij een korte broek met een zwarte maillot. In de ene hand hield hij zijn OV-chipkaart en de andere hand hield een juten zak vast die hij casual over zijn schouder had hangen. Deze outfit werd afgemaakt met stralend witte gympies, ik denk dat het Adidasjes waren, maar het konden ook Nikies zijn.

De overvolle trein waar ik op stond te wachten kwam tot stilstand op perron 7A en toen de deuren open schoven stroomden de mensen eruit als een waterval van haastige haasjes. Toen ik de trein instapte was hij vrijwel verlaten. Ik nam plaats en sloot mijn ogen, niet om te slapen maar om mijn ogen rust te geven. Achter mij zat iemand die, naar het leek, een droge spons aan het eten was. Deze spons moest eerst goed gelubed worden met grote hoeveelheden speeksel. Deze klotsende geluiden wekte bij mij een gevoel van zeeziekte op dus ik besloot een wagon verder te gaan zitten.

Ik naam plaats bij het raam en sloot mijn ogen wederom. Ik hoorde iemand plaatsnemen tegenover mij en voelde hoe zijn of haar ogen naar de mijne zochten. Het geluid van iemand die zijn keel schraapt om zich klaar te maken om een gesprek te starten. Ik open mijn ogen en zie tegenover mij de paarse vreemdeling die duidelijk zijn hart wil luchten. Te moe om op te staan laat ik zijn ogen in de mijne vallen om aan te geven dat een gesprek geïnitieerd kan worden.

“Koud he?” zegt de vreemdeling (die we voor het gemak maar ‘Piet’ noemen) met een Zuid-Europees accent, terwijl hij zijn handen in elkaar vouwt en er een warme stroom adem in blaast. “En de winter is nog niet eens begonnen” hoor ik mezelf zeggen. “Is dit smalltalk? Ik haat smalltalk, als je niks te melden hebt kun je ook gewoon je mond houden” denk ik, overigens niet hardop. Piet ziet dit als een aanleiding om, met handen en voeten, zijn levensverhaal met me te delen.

Dit is wat ik van zijn verhaal wist te maken: hij en zijn familie werkte al vele generaties voor een rijkaard die van gekkigheid niet wist wat hij met zijn geld moest doen. Kastelen in Spanje, schepen, paarden, noem het maar op en hij had het. Op een gegeven moment is hij zich maar bezig gaan houden met filantropische zaken. Zelf een stichting opgericht om kinderen te verblijden, zoiets. Tot de politiek zich er mee ging bemoeien. De rijkaard in kwestie, Nico, werd gedwongen om zijn personeel te diversifiëren. Als gevolg werd Piet zijn contract niet verlengd en nu zat hij zonder werk. Geen opleiding, nog nooit een computer gebruikt, spreekt de taal nauwelijks en heeft alleen ervaring in de kindverblijdingsbranche op zijn CV staan. Hij was onderweg naar een sollicitatiegesprek op een basisschool in Woensel-West, onderwijsassistent, hij zag het wel zitten.

Bij Eindhoven stapte hij uit. Ik wenste hem succes, maar ik wist wel beter.

Geef een reactie