Zo’n dag

Soms begint de week op maandag, soms begint de week op zondag, maar altijd begint de week met een oorverdovende gaap. Je wekker gaat of je wekker gaat niet. Je snoozed of je snoozed niet. Je gaat met je stinkende lijf onder de douche staan of je neemt niet eens de moeite de aangekoekte slaapkorsten in je ooghoeken weg te wrijven voor je de deur uit gaat. Ga je vandaag nog lijvig doen met je erogene zones dan haal je nog even een scheermesje door je schaamstreek. Is het een dag dat alles vanzelf komt of moet je werken voor de kleinste dingen. Staat je haar meteen in standje ‘fabulous’ of is het onhandelbaar en maak je vandaag een afspraak bij de kapper om het “er allemaal maar af te laten scheren”.

Je loopt de deur uit naar de bushalte met nog twee minuten te gaan. Je veters zitten nog los omdat je elke seconde kan gebruiken om niet te laat te komen. Halverwege zie je de xenonverlichting van de bus aankomen en je zet het hem op een hollen. Een sprongetje om over een plas te komen, maar je komt net te kort en staat tot je enkel in de natte hondenuitwerpselen die de nabijgelegen put heeft uitgekotst. Je klimt eruit en zet je natte voet op de stoep. Je sok is door en door nat en je schoen… je schoen staat nog op de bodem van die plas! Terwijl je de rode remlichten van de bus ziet doven en het gezicht van de chauffeur in de zijspiegel steeds kleiner ziet worden, vervloek je de dag. De morgenstond heeft poep in zijn schoen, blijkbaar.

Een auto rijdt langs met op de achterbank een kind dat zijn tong naar je uitsteekt, je doet alsof je hem niet ziet omdat je je niet laat opfokken door een kleuter(?!). Zwaar opgefokt haal je je telefoon uit je broekzak om te kijken wanneer de volgende bus gaat. Je vingers vouwen zich stevig om de behuizing heen omdat je weet dat de Romeinse Godin Fortuna nog ligt te maffen. Het scherm licht op en steekt als honderdduizend-en-één scherpe naalden in je oogbollen. Het batterijlogo in de rechterbovenhoek steekt zijn rode middelvinger naar je op om je te verwittigen dat je hem aan de oplader had moeten leggen waarna het scherm één wordt met de druilerige, veel te herfstige ochtend. Dankzij het licht dat zojuist je netvlies voor het leven heeft getekend kun je tijdens het knipperen nog nagenieten van dit beeld.

Je draait je om, hinkelt naar huis met je natte schoen in de hand. Thuis gooi je je natte schoen in een hoek, laat je je in bed vallen met je kleren nog aan en denkt bij jezelf: “Sommige dagen zijn gemaakt om in bed door te brengen”.

Geef een reactie